GOD DE ZOON
 
4. De Persoon en het werk van God de Zoon
a. Wij geloven, dat de Here Jezus Christus, de eeuwige Zoon van God, mens is geworden zonder
Zijn goddelijkheid op te geven, ontvangen is van de Heilige Geest en geboren is uit de maagd Maria,
opdat Hij God zou bekend maken en ons zondige mensen zou verlossen.
 
- Joh 1:1, 2, 14 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.
Het was in het begin bij God. Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond,
vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van
de enige Zoon van de Vader.
- Luc 1:35, Joh 17:6a, Ef 1:4-6 
 
b. Wij geloven, dat de Here Jezus Christus onze redding tot stand heeft gebracht door zijn dood
aan het kruis, waar Hij zichzelf heeft geofferd in onze plaats en dat onze rechtvaardiging zeker is
door zijn lichamelijke opstanding uit de dood.
  
- Rom 3:23-25 Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; en iedereen
wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat
Hij ons door Christus Jezus heeft verlost. Hij is door God aangewezen om door zijn
dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. 
- Rom 4:23-25, Ef 1:7-8, 1 Petr 1:3-5 
   
c. Wij geloven, dat Christus opgevaren is naar de hemel en dat Hij nu plaats heeft aan de
rechterhand van God waar Hij, als onze Hogepriester, altijd voor ons pleit en de enige
Middelaar is tussen God en mensen.
 
- Hand 1:9 Toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen
in een wolk, zodat ze Hem niet meer zagen.
- Rom 8:34 Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand
van God zit, pleit voor ons.
- Hand 4:12, 1 Tim 2:5, Hebr 4:14-16